Kabinet introduceert noodpakket 2.0

Het kabinet heeft ter bestrijding van de coronacrisis een tweede noodpakket geïntroduceerd. Dit noodpakket 2.0 verlengt diverse maatregelen uit het eerste noodpakket, met aanpassing van verschillende voorwaarden. Wie zijn of haar baan verliest, moet kunnen rekenen op steun voor omscholing naar een sector met betere baankansen. Daarom wordt geld wordt vrijgemaakt voor scholing.

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)

De  minister van SZW komt binnenkort met enkele nadere technische aanpassingen aan de eerste tranche van de NOW-regeling. De NOW-regeling wordt met drie maanden verlengd. Vanaf 6 juli tot en met 31 augustus kan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de maanden juni, juli en augustus worden aangevraagd. Het vereiste omzetverlies van 20% wordt vastgesteld over een driemaandsperiode, die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. De omzetperiode moet aansluiten op de periode van de aanvraag voor het eerste tijdvak. De referentiemaand voor de loonsom voor de tweede periode is maart. Vaststelling van de eerste subsidieperiode kan worden aangevraagd vanaf 7 september. Indien voor beide tranches een NOW-aanvraag is ingediend, kan vaststelling pas na afloop van het tweede tijdvak aangevraagd worden.

Opslag
De subsidie van de NOW bevat een opslag over werkgeverslasten. Het kabinet heeft deze forfaitaire opslag voor de tweede tranche van de NOW-regeling verhoogd van 30 naar 40%.

Korting bij aanvragen van bedrijfseconomisch ontslag
In de eerste tranche van de NOW zat een boete verwerkt voor werkgevers die in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij het UWV een verzoek indienden om een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen op te mogen zeggen. De boete houdt in dat het loon van de betrokken werknemer, verhoogd met 50%, in mindering komt op de subsidie. Deze boetebepaling is niet opgenomen in de tweede tranche. De subsidie wordt voor ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus 2020 met 100% van het loon van de betrokken werknemers gecorrigeerd.

Bonussen et cetera
Een bedrijf mag bij een beroep op de NOW geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen over 2020. Dit moet bij aanvang verklaard worden. De voorwaarde ziet niet op dividend, bonussen en aandelen over 2019. Het bonusverbod is beperkt tot bonussen voor bestuur en directie. Aan werkgevers wordt een inspanningsverplichting opgelegd om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. De scholing zelf is geen onderdeel van de NOW. 

Seizoenswerk
Om seizoensbedrijven tegemoet te komen is het eerste subsidietijdvak van de NOW aangepast. De aanpassing wordt automatisch toegepast als dit voordelig uitpakt. Als de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan driemaal de loonsom van januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart (peildatum 15 mei). De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september, tot een uitbetaling leiden.

Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB

De TOGS-regeling bevatte een eenmalige tegemoetkoming in de vaste lasten voor getroffen sectoren van € 4.000. Voor deze groep ondernemers komt een nieuwe regeling, de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving krijgen bedrijven een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van € 20.000 voor drie maanden. Voorwaarde voor deze regeling is een omzetverlies van minstens 30%. De tegemoetkoming is, net zoals de TOGS, vrijgesteld van belastingheffing.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

De Tozo-regeling loopt tot en met 31 mei 2020. Het kabinet heeft besloten gebruik te maken van de in het Besluit Tozo van 17 april 2020 opgenomen mogelijkheid tot verlenging met drie maanden en de voorwaarden aan te passen. De uitkeringstermijn loopt tot en met 31 augustus. Anders dan de eerste versie bevat de nieuwe Tozo-regeling een partnerinkomenstoets. Huishoudens met een inkomen boven het sociaal minimum komen niet meer in aanmerking voor een tegemoetkoming in het levensonderhoud. De mogelijkheid om een lening voor bedrijfskapitaal aan te vragen blijft bestaan. Ondernemers die al eerder een lagere lening hebben aangevraagd, krijgen de mogelijkheid om een tweede lening af te sluiten tot het maximumbedrag. De ondernemer moet bij de aanvraag van een lening verklaren dat er geen sprake is van surseance van betaling of van het in staat van faillissement verkeren.

Financieringsinstrumenten

De verruimde garantie-instrumenten Borgstellingsregeling MKB-Corona en Garantie Ondernemingsfinanciering-Corona vanuit het noodpakket 1.0 worden voortgezet. Het garantiebudget is verhoogd. De op 7 mei 2020 aangekondigde regeling Klein Krediet Corona (KKC-regeling) wordt momenteel ten uitvoer gebracht.

Startups
De Corona-overbruggingslening (COL) is bedoeld voor  de verbetering van de liquiditeitspositie van innovatieve bedrijven. Het kabinet heeft besloten om voor de komende drie maanden een tweede tranche van € 150 miljoen aan leningen voor de COL beschikbaar te stellen.

Uitstel van betaling van belastingschulden

De regeling voor bijzonder uitstel van belastingschulden is tijdelijk versoepeld in verband met de coronacrisis. Vanaf het moment dat de ondernemer zich meldt voor deze regeling, wordt de invordering van zijn belastingschulden voor een groot aantal belastingen gedurende drie maanden stopgezet. Het kabinet heeft de periode waarin ondernemers zich voor de uitstelregeling kunnen aanmelden verlengd van 19 juni naar 1 september 2020. Langer uitstel dan drie maanden is onder voorwaarden mogelijk. Daar wordt nu als aanvullende eis aan toegevoegd dat de ondernemer dient te verklaren geen dividenden en bonussen te zullen uitkeren en geen eigen aandelen te zullen inkopen. De vormgeving van deze verklaring wordt nader uitgewerkt. Het toegekende uitstel van langer dan drie maanden wordt niet eerder ingetrokken dan per 1 september 2020.

Uitstel van het betalen van BPM wordt in juni mogelijk gemaakt voor vergunninghouders, vanaf het tijdvak mei 2020. Een verzoek om uitstel van betaling van BPM is pas mogelijk als een naheffingsaanslag is opgelegd voor het tijdvak mei 2020; dat zal ongeveer half juli 2020 zijn.

Belasting- en invorderingsrente

Het kabinet heeft de belasting- en invorderingsrente tijdelijk van 4 naar 0,01% verlaagd. De verlaging van de invorderingsrente is per 23 maart 2020 ingegaan en gold oorspronkelijk voor drie maanden. Nu het uitstelbeleid wordt verlengd, is besloten de verlaging van de invorderingsrente te verlengen tot 1 oktober 2020.

Ook de verlaging van de belastingrente voor andere belastingen dan de inkomstenbelasting wordt verlengd tot 1 oktober 2020. De verlaging van de belastingrente voor de inkomstenbelasting gold al tot 1 oktober 2020. De verlaging van de belastingrente is gunstig voor particulieren en ondernemers die gebruikmaken van de mogelijkheid van uitstel voor het doen van aangifte. Het wetsvoorstel Verzamelspoedwet COVID-19 waarmee de verlaging van de belasting- en invorderingsrente wettelijk wordt geregeld, is momenteel aanhangig in de Tweede Kamer.

Overige fiscale maatregelen

De btw-vrijstellingen voor medische hulpgoederen en voor het uitlenen van zorgpersoneel, de versoepeling van het urencriterium voor IB-ondernemers en de periode waarin een tijdelijk uitstel van hypotheekbetalingen met behoud van recht op hypotheekrenteaftrek kan worden aangevraagd en verleend, worden verlengd tot 1 september 2020.

Steunmaatregelen internationaal opererend Nederlands bedrijfsleven

De staatssecretaris van Financiën informeert de Tweede Kamer voor het zomerreces over de reeds genomen maatregelen op de exportkredietverzekering. Verder zijn binnen het Dutch Trade and Investment Fund en het Dutch Good Growth Fund extra mogelijkheden gecreëerd om werkkapitaal te verstrekken en betalings- en aflossingstermijnen te versoepelen. Het kabinet zal aanvullende maatregelen treffen om internationale ondernemers ook door de komende fase van de crisis te helpen.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | CE-AEP / 20148518 | 25-05-2020

Loket aanvraag lening voor grensondernemers geopend

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is ook toegankelijk voor zelfstandigen in grenssituaties. Het kan gaan om in Nederland wonende zelfstandige ondernemers met een bedrijf in het buitenland of in het buitenland wonende ondernemers met een bedrijf in Nederland. De eerste groep komt in aanmerking voor ondersteuning in het levensonderhoud. De tweede groep komt in aanmerking voor een lening voor bedrijfskapitaal. De lening is rentedragend en bedraagt maximaal € 10.157. De rente op deze lening bedraagt 2% per jaar. De lening moet binnen drie jaar terugbetaald worden. Tot 1 januari 2021 hoeft niet afgelost te worden op de lening.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakte bij de uitbreiding van de Tozo met ondernemers in grenssituaties bekend dat hij één gemeente wilde aanwijzen waar deze groep de aanvraag kan indienen voor bedrijfskapitaal. Met ingang van 18 mei kunnen ondernemers die elders in de EU, de EER of in Zwitserland wonen en in Nederland hun bedrijf zich melden bij de gemeente Maastricht. Op de website van de gemeente Maastricht is een aanvraagformulier te vinden.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 20-05-2020

Bouwstenen toekomstig belastingstelsel

De vorige staatssecretaris van Financiën heeft toegezegd om begin 2020 met concrete bouwstenen en voorstellen te komen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het belastingstelsel. Het doel van het bouwstenentraject is om uitgewerkte beleidsopties op te leveren voor het volgende kabinet. Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd over de volle breedte van het belastingstelsel. Er is gekeken naar de loon- en inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting, de milieubelastingen, belastingen gericht op gezondheidsaspecten, de schenk- en erfbelasting en lokale belastingen. Verder is gekeken naar thema’s als de Nederlandse belastingmix, vereenvoudiging en de rol van Europa in het belastingstelsel. 

De onderzoeken zijn gedaan naar aanleiding van de volgende geconstateerde knelpunten in het belastingstelsel:
1. De lastendruk op arbeid voor werkenden wordt steeds hoger.
2. Het huidige stelsel raakt uitgewerkt.
3. De opkomst van flex- en platformeconomie vraagt om aanpassing van wet en uitvoering.
4. Ongelijke belasting van vermogen leidt tot arbitrage en uitstel.
5. Het belasten van winst wordt (nationaal) steeds lastiger.
6. Schade aan klimaat en gezondheid wordt onvoldoende beprijsd.
7. De effectiviteit van nationale belastingheffing neemt af.

Waar de lasten op arbeid vooral voor middeninkomens zijn gestegen, heft Nederland ten opzichte van andere landen relatief weinig belasting op vermogen. Sommige vormen van vermogen, zoals de eigen woning en het vermogen in box 2, worden minder belast dan andere. Er zijn beleidsopties uitgewerkt om het verschil in belastingdruk tussen werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden te verkleinen, belastingontwijking aan te pakken en het stelsel eenvoudiger te maken. Ook worden beleidsopties voorgesteld om belastingen op arbeid te verlagen en belasting op (inkomen uit) vermogen te verhogen. Het bouwstenentraject heeft 169 uitgewerkte beleidsopties opgeleverd.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000094149 | 20-05-2020

Tegemoetkoming eigen bijdrage kosten kinderopvang

Op last van het kabinet zijn de kinder- en gastouderopvang op 16 maart 2020 gesloten. Het kabinet heeft aangekondigd ouders tegemoet te komen in de eigen bijdrage voor de kosten van de opvang. De regeling waarin de tegemoetkoming is uitgewerkt is nu gepubliceerd. De tegemoetkoming geldt voor de periode van 16 maart tot en met 19 mei 2020. Er wordt gebruik gemaakt van de bij de Belastingdienst/Toeslagen bekende gegevens voor de vaststelling van het bedrag voor de tegemoetkoming. Ouders hoeven geen aanvraag in te dienen. De Sociale Verzekeringsbank keert het bedrag rechtstreeks uit en stuurt een beschikking met een uitleg over de wijze van berekening. Mocht er worden besloten dat de periode waarin basisscholen en kinderopvang gedeeltelijk gesloten blijven wordt verlengd, dan zal de uitkering betrekking hebben op deze langere periode. De vaststelling van de tegemoetkoming zal dan op een later moment plaatsvinden dan in de maand juni of juli van dit jaar. De tegemoetkoming ziet alleen op de eigen bijdrage in de kosten van de kinderopvang in de bedoelde periode waarover de ouder kinderopvangtoeslag heeft ontvangen en tot de maximum uurprijs.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatsblad 2020, 134 | 14-05-2020

Garantieregeling kleine ondernemers

De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft specifiek voor kleine ondernemers een nieuwe garantieregeling opgezet. Deze Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC) geldt voor kredietaanvragen van € 10.000 tot € 50.000. De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000 die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2020. De staat biedt een garantie van 95% van de leningen. De garantieregeling wordt aangeboden via de banken en via andere financiers, die geaccrediteerd zijn voor de BMKB-C. De staat heeft de rente, die financiers in rekening mogen brengen, gemaximeerd op 4% van het kredietbedrag. Daarnaast betalen ondernemers aan de staat een eenmalige premie van 2%.

De regeling wordt ter goedkeuring aangemeld bij de Europese Commissie onder het Tijdelijke Europees steunkader COVID-19. De inwerkingtreding en de uiteindelijke vormgeving van de regeling zijn afhankelijk van de goedkeuring van de Europese Commissie.

Bron: Ministerie van Economische Zaken | publicatie | DGBI / 20135074 | 14-05-2020

Betaalpauze rente en aflossing eigenwoningschuld

Sinds 1 januari 2013 geldt voor nieuwe eigenwoningschulden de eis dat de schuld gedurende de looptijd ten minste annuïtair en in ten hoogste 360 maanden volledig wordt afgelost. Volgens de wettelijke regeling moet een op 31 december 2020 opgelopen aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingelopen. Is dat niet het geval, dan blijft de schuld alleen een eigenwoningschuld als per 1 januari 2022 contractueel een nieuw ten minste annuïtair aflosschema wordt overeengekomen voor de resterende looptijd.

De coronacrisis vormt de aanleiding voor een alternatieve regeling om een opgelopen aflossingsachterstand in te lopen. De staatssecretaris van Financiën heeft daartoe een goedkeurend besluit gepubliceerd. Het besluit geldt onder voorwaarden ook voor al vóór de publicatie overeengekomen betaalpauzes die verband houden met de coronacrisis. Een betaalpauze kan fiscale gevolgen hebben voor het moment waarop de tijdens de betaalpauze verschuldigde, maar niet betaalde, rente in aftrek komt. Een eventuele schuld voor het inhalen van een renteachterstand valt altijd in box 3.

De alternatieve regeling geldt voor betaalpauzes die aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. de belastingplichtige heeft tussen 12 maart en 30 juni 2020 bij zijn geldverstrekker gemeld dat hij betalingsproblemen heeft door de coronacrisis;
  2. de betaalpauze gaat uiterlijk op 1 juli 2020 in en is schriftelijk door de geldverstrekker bevestigd; en
  3. de looptijd van de betaalpauze is maximaal zes maanden.

De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat al eerder dan per 1 januari 2022 een nieuw aflosschema wordt overeengekomen. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

  1. In plaats van het wettelijke toetsmoment geldt de dag waarop de betaalpauze afloopt als toetsmoment voor de aflossingsachterstand.
  2. Het nieuwe aflosschema is gebaseerd op de omvang van de schuld volgens het oude aflosschema, verhoogd met de aflossingsachterstand.
  3. Het nieuwe aflosschema heeft maximaal dezelfde resterende looptijd als de oorspronkelijke schuld.
  4. Het nieuwe aflosschema moet zo snel mogelijk na afloop van de betaalpauze ingaan, maar uiterlijk op 1 januari 2022.

Het kan gewenst zijn de resterende lening te splitsen in de resterende hoofdsom en de door de betaalpauze ontstane aflossingsachterstand. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat alleen voor de aflossingsachterstand een nieuw aflosschema wordt opgesteld. De ontstane aflossingsachterstand wordt afgelost in maximaal de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. Voor het overige gelden de voorwaarden die ook aan de eerste goedkeuring zijn gesteld.

De rente op de eigenwoningschuld is aftrekbaar op het moment waarop deze is betaald, verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden. Een belastingplichtige kan de tijdens de betaalpauze verschuldigde rente alleen over het jaar 2020 in aftrek brengen, als:

  • hij deze rente alsnog (na de betaalpauze) in 2020 betaalt, óf
  • deze rente in 2020 is verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden.
Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatscourant 2020, 26069, nr. 2020-85139 | 14-05-2020

Overeenkomst met België over thuiswerken tijdens coronacrisis

In navolging op de overeenkomst met Duitsland is nu ook met België een overeenkomst gesloten over de behandeling van grensarbeid en thuiswerken tijdens de coronacrisis.

Thuiswerkdagen

Doorbetaalde thuiswerkdagen worden aangemerkt als dagen die zijn gewerkt op de plaats waar de grensarbeider normaliter zijn dienstbetrekking uitoefent. Deze fictie geldt niet voor werkdagen die de grensarbeider, los van de coronamaatregelen, al thuiswerkend of in een derde land zou hebben doorgebracht. De fictie kan slechts worden toegepast voor zover het loon over de thuiswerkdagen wordt belast in de reguliere werkstaat.

Thuisblijven zonder te werken met doorbetaling van salaris

Dagen waarop de werknemer normaal zou hebben gewerkt maar nu thuisblijft zonder te werken met doorbetaling van salaris gelden als gewerkte dagen.

Thuisblijven zonder te werken met recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering

Inwoners van Nederland die in België werken en door de coronamaatregelen niet kunnen werken, hebben onder voorwaarden recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkering. Dergelijke uitkeringen worden, als de dienstbetrekking in stand blijft, belast in België.

De overeenkomst is van toepassing tot 31 mei 2020 en kan daarna steeds met een maand worden verlengd.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | Staatscourant 2020 nr. 25956 | 14-05-2020

Nultarief btw op mondkapjes

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer gezegd dat met ingang van 25 mei het nultarief voor de omzetbelasting wordt toegepast op de binnenlandse verkoop van mondkapjes. Deze maatregel geldt tot 1 september 2020. De maatregel houdt verband met de invoering van de verplichting om vanaf 1 juni een mondkapje te dragen in het openbaar vervoer. Toepassing van het nultarief betekent dat de verkoper het recht op aftrek van voorbelasting behoudt. Het nultarief geldt zowel voor medische als voor niet-medische mondkapjes. De nadere invulling van het nultarief op mondkapjes wordt op dit moment verder uitgewerkt.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | 2020-0000088920 | 14-05-2020

Berekening kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij samenwerkingsverband.

Ondernemers, die investeren in bedrijfsmiddelen, hebben recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). De hoogte van de KIA is afhankelijk van het investeringsbedrag. Het investeringsbedrag moet ten minste € 2.400 bedragen om recht op KIA te hebben. Boven deze drempel bedraagt de KIA 28% van het investeringsbedrag. Vanaf een investeringsbedrag van € 58.238 is de KIA een vast bedrag van € 16.307. Is het investeringsbedrag hoger dan € 107.848, dan daalt de KIA met 7,56% van het meerdere. Vanaf een investeringsbedrag van € 323.544 bedraagt de KIA € 0.

De Hoge Raad heeft een aantal arresten gewezen over de hoogte van de KIA voor ondernemers in samenwerkingsverbanden. De Hoge Raad merkt op dat iedere vennoot in een samenwerkingsverband fiscaal wordt geacht een eigen onderneming te drijven. De winst uit onderneming wordt per vennoot berekend. Dat geldt ook voor de KIA. Daarbij moet rekening gehouden worden met het voorschrift dat voor de berekening van de KIA van een vennoot de investeringen van het samenwerkingsverband worden samengeteld. Dit voorschrift is bedoeld om te voorkomen dat de KIA van de gezamenlijke ondernemers van het samenwerkingsverband hoger is dan de KIA voor een eenmanszaak of een bv bij eenzelfde investeringsbedrag. Volgens dit voorschrift wordt het voor de leden van het samenwerkingsverband geldende percentage van de KIA bepaald alsof de onderneming voor rekening van één belastingplichtige wordt gedreven.

Sinds het Belastingplan 2010 wordt de KIA echter niet meer altijd uitgedrukt in een percentage van het investeringsbedrag. In een eerder arrest over de KIA voor een ondernemer in een samenwerkingsverband, die naast de investeringen door het samenwerkingsverband nog andere investeringen had gedaan, moet volgens de Hoge Raad een tussenstap worden gemaakt als het eigen investeringsbedrag van de ondernemer niet valt binnen de bandbreedte waarin het bedrag valt van de eigen investeringen vermeerderd met de investeringen van de overige leden voor het samenwerkingsverband. In de wet is deze tussenstap niet geregeld. De Hoge Raad hanteert de berekeningswijze voor de desinvesteringsbijtelling door het bedrag aan KIA dat hoort bij het totale investeringsvolume uit te drukken in een percentage daarvan.

Deze methodiek heeft de Hoge Raad ook toegepast bij een vennoot in een vof. De vof kende twee vennoten. Het totale investeringsbedrag van de vof bedroeg € 119.385 in 2016. Bij dat investeringsbedrag behoorde een bedrag aan KIA van € 15.687 verminderd met 7,56% van (€ 119.385 -/- € 103.748) = € 14.504. De vennoot heeft in 2016 geen investeringen in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen gedaan. Zijn KIA bedroeg 14.504/119.385 maal € 59.692,50 is € 7.252.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2020825, 19/02419 | 07-05-2020

Minimumlonen per 1 juli 2020

Ieder half jaar per 1 januari en per 1 juli worden de bedragen van het wettelijk minimumloon aangepast aan de ontwikkeling van de contractlonen. Per 1 juli 2020 stijgt het minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder van € 1.653,60 naar € 1.680 per maand. Voor werknemers jonger dan 21 jaar gelden hiervan afgeleide bedragen. De tabel bevat alle per 1 juli geldende bedragen per leeftijdscategorie. 

LeeftijdPercentagePer maandPer weekPer dag
21 jaar en ouder100%€ 1.680,00€ 387,70€ 77,54
20 jaar80%€ 1.344,00€ 310,15€ 62,03
19 jaar60%€ 1.008,00€ 232,60€ 46,52
18 jaar50%€ 840,00€ 193,85€ 38,77
17 jaar39,5%€ 663,60€ 153,15€ 30,63
16 jaar34,5%€ 579,60€ 133,75€ 26,75
15 jaar30%€ 504,00€ 116,30€ 23,26

Voor werknemers, die de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen, gelden afwijkende bedragen.

LeeftijdPercentage bblPer maandPer weekPer dag
20 jaar61,5%€ 1.033,20€ 238,45€ 47,69
19 jaar52,5%€ 882,00€ 203,5€ 40,71
18 jaar45,5%€ 764,40€ 176,40€ 35,28

De wet kent geen uniform wettelijk minimum uurloon. Het uurloon kan verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 of 40 uur per week. Voor het minimumloon per uur betekent dit het volgende:

Leeftijd36 uur per week38 uur per week40 uur per week
21 jaar en ouder€ 10,77€ 10,21€ 9,70
20 jaar€ 8,62€ 8,17€ 7,76
19 jaar€ 6,47€ 6,13€ 5,82
18 jaar€ 5,39€ 5,11€ 4,85
17 jaar€ 4,26€ 4,04€ 3,83
16 jaar€ 3,72€ 3,52€ 3,35
15 jaar€ 3,24€ 3,07€ 2,91
Bron: Ministerie van Sociale Zaken | besluit | Staatscourant 2020 nr. 22092 | 07-05-2020